Huisarts Eva Raaff schrijft kinderboek
In de vorige uitgave van Mallorca Vandaag kon u al iets lezen over het debuut van de Nederlandse huisarts Eva Raaff als schrijfster van jeugdboeken. Op een mooie dag met zomerse temperaturen praat ik met de kersverse schrijfster op het terras van het tennispark “Tenis d’oro” in Paguera.
Hoe kon je op het idee om een kinderboek te schrijven?
Ik kom uit een familie van schrijvers. Mijn vader heeft onder andere een roman, een hele serie wandelboeken en een aantal boeken over China geschreven. Mijn moeder schrijft kookboeken. Behalve als schrijver werkt mijn vader ook als journalist en documentairemaker. Dus het schrijven zit al een beetje in de familie. Mijn ouders hebben dit boek geëdit voor ik het in verstuurde.
Dat was nog voor ik naar Mallorca ging, alweer negen jaar geleden. Op een gegeven moment had ik het idee en ben ik begonnen met het schrijven van een fantasy verhaal. Toen ik naar Mallorca verhuisde is het eigenlijk gewoon blijven liggen, vergeten. Het zat nog in één van de dozen met dingen waar je nooit naar kijkt. Dat was nog maar een vierde van het boek, ik had nog geen 100 bladzijden geschreven.
Een paar jaar geleden werd mij gevraagd of ik een serie informatieve boekjes kon schrijven voor de uitgeverij Unieboek. Dat zijn drie boekjes geworden en die serie heet “De dokter thuis”. Daar kun je zelf wat lezen over bepaalde klachten. Toen zat ik dus toch weer in die uitgeverswereld en schoot me dat boek te binnen. Dat heb ik opgegraven en een derde afgeschreven. Dat was het eerste deel. Ik heb het verhaal op de bonnefooi naar een stuk of vijf kinderboekenuitgevers gestuurd om te kijken wat ze er van vinden. Van eentje kreeg ik zo’n standaardbrief dat het niet in die vorm paste of zoiets. Maar de andere waren eigenlijk allemaal enthousiast. Ik kreeg positieve reacties. Van uitgeverij Ploegsma kreeg ik de leukste reactie dus ik ben met hen in zee gegaan.
Stuurde je een concept op of een idee?
Nee,een deel van het verhaal en ik kreeg als reactie dat ze heel enthousiast waren. Ze zouden het verhaal graag in z’n geheel lezen. Dus toen ben ik natuurlijk als een dolle gaan schrijven. Het idee had ik al in mijn hoofd, een “rough outline”, maar de editor Susan wilde het verhaal het liefst in één keer lezen, dan kon ze het het beste beoordelen. Ze wilde weten hoe spannend het leest. Dus ze zei, schrijf het eerst maar af. Goed, dat heeft me toch nog bijna een jaar gekost.
Hoe ga je dan te werk? Heb je een vast plan, is er een bepaalde discipline?
Natuurlijk moest ik alle aantekeningen en krabbels weer doorlezen. Ik heb er een hele kaart bij getekend. Aan de hand van die kaart kon ik ook het hele verhaal volgen, want er zijn meerdere personages, die parallel aan elkaar reizen, om het maar zo uit te drukken. Toen kwam ik er wel weer snel in. Maar als je het verhaal af hebt en ingestuurd, ben je er nog lang niet. Ze namen het wel aan, maar dan gaat het nog tien keer heen en weer.
Eerst moeten alle hoofdstukken even lang zijn, dat heeft me nog maanden gekost. Want al die personages moesten in tijd synchroon lopen, dat is heel moeilijk. Sommige hoofdstukken hadden bijvoorbeeld drie pagina’s en andere hoofdstukken hadden dan 13 pagina’s en dat kan dus niet. Maar voor je dat veranderd hebt moet je het halve boek dus herschrijven. Vervolgens krijg je dingen als dat zinnen te lang zijn, te veel samengestelde zinnen. Kortom, er gaan ontzettend veel mensen overheen.

Dan moet je dus ook alles, iedere komma die ze veranderen, goedkeuren. Dus ik heb het boek wel tien keer gelezen. Maar uiteindelijk waren we het dan eens over de vorm en dan wordt het geïllustreerd, de kaft word gemaakt. Die vind ik heel mooi geworden. Smaragdgroen. Dan moest mijn kaart die ik getekend had professioneel overgetekend worden. Het verhaal speelt zich af in twee landen, in een fictieve wereld tijdens de Middeleeuwen. De hoofdpersoon is een jongen van 14 die opgroeit als boerenjongen in een dal en zonder het te weten voorkomt in een belangrijke voorspelling.
Zoals in dit soort boeken meestal het geval is moet hij een groot kwaad, wat beide landen bedreigt, bestrijden. Dan komen er tovenaars en magiërs en allemaal dat soort dingen in voor. In de loop van het verhaal verandert hij van een kleine onschuldige jongen in de held van het verhaal. Toen heb ik terloops een keer gezegd tijdens het hele proces dat ik eigenlijk het liefste een trilogie zou willen schrijven over deze wereld en dat vonden ze meteen een leuk idee. Dit is dus eigenlijk deel 1. Ik ben nu halverwege het tweede en ik moet er nog twee. Het geheel heet de Taragon trilogie waarvan het Groene Vuur deel1 is.
Dit doet denken aan Harry Potter.
Iedereen zegt dat. Ja, het is natuurlijk wel een jongen, hij is wat ouder dan Harry Potter in het begin, maar het speelt zich af in de Middeleeuwen en het is toch een heel ander soort verhaal. Natuurlijk wel de strijd tegen goed en kwaad maar dat is meestal zo. Ik denk eerder dat het een Lord of the Rings- achtig verhaal voor kinderen is.
Ken je Harry Potter en Lord of the Rings?
Natuurlijk. Ik ben gek op dat soort boeken. Harry Potter speelt zich af als tovenaarsleerling op een tovenaarsschool. Dat is toch een ander verhaal. Ze noemen het bij de uitgeverij meer iets tussen Tolkien (red. “Lord of the Rings”) en Tonke Dragt.
Heb je in het begin al het idee hoe het gaat aflopen?
Ik heb een heel grof idee en dan begin ik en vallen me steeds stukjes in. Dus ik schrijf als het ware allerlei losse stukjes. Uiteindelijk wordt elk stukje dan een hoofdstuk. En die rijg ik als een soort kettingkralen aan elkaar. Het zijn eigenlijk stukjes met steeds minder grote gaten er tussen. Uiteindelijk bepaal ik de volgorde die ik het beste vind en dan rijg ik het aan elkaar en krijgt het steeds meer vorm.
Heb je altijd een boekje bij je om dingen op te schrijven?
Nee, ik kan dat heel goed scheiden. Ik doe heel veel, ik zwem bijvoorbeeld veel baantjes. En tijdens het zwemmen schrijf ik. Dat kan ik meestal onthouden. Ik heb wel een dictafoon in de auto liggen als me wat te binnen schiet, want tijdens het autorijden bedenk ik heel veel.
Gek genoeg gebruik ik die dictafoon niet, want ik onthoud eigenlijk vrij goed. Of ik maak snel een aantekening. En het schrijven doe ik het meest op de praktijk, waar het in de winter wat rustiger is. Tussen 13.00 en 16.00 heb ik geen spreekuur. Maar ik heb er wel een heleboel voor op moeten schuiven. Ik bedoel, in het begin heb ik veel ’s nachts geschreven, tijdens de zomer. En de weekenden. Dat was allemaal een beetje krap natuurlijk
Was er een deadline?
Twee keer per jaar geeft zo’n uitgeverij een catalogus uit. En die catalogus gaat naar alle grote boekhandels. Ze wilden hem dus in de laatste catalogus hebben en dat was die van oktober. Die catalogus vertelt over wat er in april op de markt komt. Dus ik moest het in oktober wel af hebben om in die catalogus te kunnen. Dan beginnen ze al te verkopen natuurlijk. In die zin was er wel een deadline. Ik heb wel vaak tot 01.00 of 02.00 uur ’s nachts in de praktijk zitten schrijven. M’n huishouden is van Jan Steen op dit moment. Je kan natuurlijk niet minder werken. Wel heb ik deze winter alleen de ochtenden gedraaid en ’s middags alleen op afspraak en noodgevallen zodat ik ook wat door kon schrijven. Dus dat was soms echt even krap.
Apart gevoel, een eigen boek?
Nou, er gaat zo veel tijd overheen. Toen ze het aannamen, dat is al een dik jaar geleden. Dan spring je natuurlijk een gat in de lucht. Maar dan is er nog zo veel werk voor de boeg. En die hele tijd verheug je je zo dat het komt, dat je het nou al helemaal niet meer kan voorstellen. Ik ga dus in mei naar Nederland voor de verjaardag van mijn moeder en ik denk als ik het echt in een boekhandel zie liggen, dan kan ik het me echt voorstellen. Je wordt wel ongeduldig, want je zit al zo lang te wachten totdat het uitkomt.
Wanneer komt de tweede uit?
Ze willen natuurlijk zo snel mogelijk twee boeken achter elkaar hebben. Ik ben nu halverwege en ik hoop dat deel 2 mee kan in de catalogus van oktober. Maar ik weet het nog niet. Het hangt ook van de uitgeverij af. Hoe goed het gevonden wordt, hoeveel ik nog moet veranderen. Ik denk niet dat dat zo veel wordt als de eerste keer want ik heb natuurlijk wel heel veel geleerd.
Wie zijn de lezers?
Ze noemen dit boek 11+. Volgens mij is het van 11 tot 100 jaar. Volwassenen hebben het al gelezen en wat dat betreft is het zoals bij Harry Potter. Het is simpeler dan Lord of The Rings, maar je kan het wel als volwassene lezen als je van het genre houdt.
Waarom zou men dit boek willen lezen?
Als je van fantasieverhalen houdt in de geest van Harrie Potter, in de geest van Tonke Dragt of Lord of The Rings. Het is meer een jeugdboek voor oudere kinderen en volwassenen. En als je van fantasie verhalen houdt, denk ik dat het een leuk boek is. Ik wil niet te veel verklappen.
Allard van Gent
Laatste nieuws
-
Bioscoop Renoir gesloten
17 May 2012 ...
-
Geen reddingszwemmers in Cala Sant Vicenç
16 May 2012 ...
-
Nederlandse Koninginnedag in Palma de Mallorca
13 May 2012 ...
-
Station Inca beklad
10 May 2012 ...
-
Chinees terracotta leger in Palma
05 May 2012 ...
-
Meer dan een kwart van de Balearische bevolking werkloos
30 April 2012 ...
-
Menselijke ketting tegen bouwplannen aan Es Trenc
30 April 2012 ...
-
Warmterecord op Mallorca
28 April 2012 ...
-
Andalusisch feest in Palma
25 April 2012 ...
-
Jonge Duitser sterft na auto-ongeluk
22 April 2012 ...
-
Morgen motordag op Mallorca
21 April 2012 ...
-
Wijnweekend in Pollença
19 April 2012 ...
-
Koninginnedag op Mallorca
16 April 2012 ...
-
Jubileum historische spoorverbinding Palma - Sóller
15 April 2012 ...
-
Regen op komst
13 April 2012 ...
-
Wielrenners evenement in el Arenal
12 April 2012 ...





