vrijdag, mei 18, 2012
   
Text Size

Agatha Deelder; een bijzonder leven

agatha deelder„Mijn moeder heeft ook een interessant leven gehad“, vertelde Anja Deelder mij toen wij samen het gebouw van de Diario de Mallorca betraden om een Spaanse journalist iets over Mallorca Vandaag te vertellen. Mijn Spaans was nog niet perfect en Anja trad als helpende hand op. Afgelopen week was ik op bezoek bij haar moeder Agatha Deelder in Llucmajor en Anja had gelijk. Er volgde een interessant gesprek.

Agatha Deelder is allereerst bescheiden, want zelf vindt ze haar leven niet zo bijzonder. We praten over haar tijd in Parijs, op Mallorca, in Libië, in België, in Madrid en Joegoslavië. Over haar ontmoetingen met Jules Deelder (familie), Hugo Claus, Albert Camus en Simon Vinkenoog.

Toen ze twintig was verliet ze Nederland en trok naar de Franse hoofdstad om voor Garnier te werken, het bedrijf van de haarproducten. „Ik reisde door heel Europa als „demonstratice internacional“. Dus liet ik ter plaatse de mensen zien hoe dat spul werkte. Garnier had overal een technisch centrum zitten. Daar wordt van alles met haar gedaan, zodat anderen het kunnen leren“, legt ze uit. In Parijs deed ze ook nog modellenwerk. „Het eerste defilé was in de George V in Parijs. Ik wist helemaal niet dat het daar zo chique was, ik stond stijf van de zenuwen“, herinnert ze zich nog. Bij een auto-ongeluk brak ze haar neus en dat is voor een model buitengewoon lastig. Het litteken gaat nooit helemaal weg. Daarna solliciteerde ze bij het bekende Parijse revue-theater „Folies Bergere“.

Agatha Deelder: „De Folies Bergere hebben 3 theatergezelschappen. Een is permanent in Las Vegas, de ander altijd in Parijs en de derde reist door Europa. Daar zat ik bij als een soort decoratie. Folies Bergere heeft die hele grote trap, in het midden staan dansers met daar omheen naaktfiguren, ook toentertijd al, en dan krijg je de decoratie aan de buitenkant. Dat zijn grote mannequins en dat waren wij. Ik ben er een tijdje geweest en ben toen in Madrid blijven hangen. Daar heb ik ook nog modellenwerk gedaan.“

In de Spaanse hoofdstad belandde Agatha Deelder in de gevangenis. Jawel. Ze was in overtreding. Vandaag de dag wordt zo’n overtreding eerder als positief gezien. Het vergrijp bestond uit een kus. Agatha Deelder: „Ik had ’s avonds iemand een afscheidskusje gegeven voor een hotel. Als je in Madrid over de Gran Via (grote hoofdstraat) liep en je gaf iemand een gewoon kusje, dan kreeg je al 5 peseta’s boete. Dat was nogal wat als je nagaat dat je voor 5 peseta’s de hele avond naar de bioscoop kon, een paar sigaretten kopen, die kocht je toen nog per stuk, en een broodje kon eten. En wij kregen voor die kus 25 peseta’s boete en werden opgesloten. Ik vroeg nog of ik de ambassade mocht bellen, maar dat ging niet. En ik kwam net uit een theatervoorstelling en had mijn mooie make-up op. Ik zal het nooit vergeten. Ik kreeg geen eten, er stond een lege kruik in een hoek, verder was er niets. Een bankje van hout met van die spijltjes.“

We praten verder over haar eerste bezoek aan Mallorca. Dat was in 1957. Ze werkte toen korte tijd in een modezaak in Palma die door twee Nederlanders werd gerund. De naam van de zaak, Frederique, had ze uit de Libelle geknipt. Het eiland kende in die tijd nog geen snelwegen. Je landde met het vliegtuig in Son Bonet in Palma. Agatha Deelder: „Daar stond een houten gebouwtje en de bus stopte naast het vliegtuig. In die tijd werd er al lekker gesmokkeld. De schoenmakers op de Ramblas hadden van alles in hun kistjes zitten. Parfum en dat soort zaken.“ Toen was er ook al toerisme, maar niet zoals we dat nu kennen. „Er waren weinig hotels. Iemand ging in zo’n hotel echt een mooie vakantie houden. Als toerist was je een bijzonder iemand. Het eiland is natuurlijk enorm veranderd“, zegt Agatha Deelder.

In de tijd dat ze voor Garnier werkte trouwde ze met een van de directeuren van een oliemaatschappij uit Texas. Ze zat met haar man in Tripoli, de hoofdstad van Libië. En als je eenmaal getrouwd was, dan kon je er ook niet meer onderuit. Dat heeft ze geweten. Ze zat vast in de voormalige Italiaanse kolonie. „Ik had natuurlijk van tevoren alles moeten leren over dat land. Mijn man was niet blank en je had het rassenonderscheid. Er kwamen mensen bij mij op bezoek die hem geen hand wilden geven. Hij opperde nog om naar Texas te gaan, maar dat wilde ik niet. Ik zie het al gebeuren. Hij in de bioscoop achterin en ik voorin. Zo is het. Maar uit Tripoli, het was nog in de tijd van koning Idris, Ghadaffi was er nog niet, kwam je niet weg. Er reden geen treinen, dus moest je met het vliegtuig of de boot. Dat was natuurlijk goed te controleren. Ik heb van alles verzonnen om weg te komen. Op een dag had ik eerst 10 kopjes hele sterke koffie gedronken en ben naar een arts gegaan om te zeggen dat ik me niet zo goed voelde. Ik kende die dokter van een feestje. Hij was toen erg dronken geweest en had opgeschept dat hij nog nummers had van de SS. Stomdronken was ie. We spraken altijd in het Italiaans met elkaar. Ik ben er uiteindelijk uit gekomen door de man recht in zijn ogen te kijken en, in het Duits, te zeggen: „Ik kom hier wel weg.“ „Zeker, zeker“, zei hij. Het was pure chantage maar hij heeft mij toen naar een of andere kliniek in Zuid Duitsland gestuurd. Van daaruit ben ik naar Nederland gegaan.“

We praten over van alles en nog wat. Ze heeft nog een paar foto’s van vroeger en vertelt bij één foto dat die man een vriend van Hugo Claus was. En zo komen we op een ander onderwerp. Agatha Deelder: „Hugo Claus was een hele goede vriend van mij. Zijn boek „Suiker“ hebben we toen nog vertaald in het Frans. In die tijd woonde hij in Gent. Hij zat bij het clubje met Simon Vinkenoog en Karel Appel.“

Dit clubje kunstenaars vertoefde regelmatig in Parijs, België en Amsterdam. Het was een tijd waarin van alles gebeurde. Agatha Deelder: „Ik was altijd op stap met Elly, de vrouw van Hugo. Je ging overal naar toe. Vanuit Brussel of Parijs met een Deux-Cheveaux naar Amsterdam, een grote asbak in het midden. Er zat beweging in. Hugo was een fijne kerel. Vroeger, toen ik hem nog niet kende, woonde hij onder aan de dijk. Hij is toen gaan werken en werkte 12 uur per dag. Keihard werken, dat was de werkman in hem. Ik weet nog dat hij een eigen taal maakte. Dat waren hele gedichten met aan elkaar geplakte stukjes woord. In die tijd waren we ook vrienden met Albert Camus. Dat was de enige schrijver die niet experimenteerde. Die schreef keurig in pak, in de gang van zijn uitgever. Toen hij met zijn auto verongelukte (1960) zie hij nog ‘mijn echte werk moet nog komen’.

Je kwam elkaar altijd wel weer tegen in café Deux Magots in Parijs. Simone de Beauvoir kwam daar ook. Dan zat je ’s avonds hete chocolade te drinken en stonden alle tafeltjes bij elkaar. En dan ging je met z’n allen naar een of andere expositie toe. Er zat echt leven in. Overal kon je met de mensen praten en er was altijd wel iets nieuws te ontdekken. Dat heb ik hier vreselijk gemist. In die tijd woonde ik samen met Paul van den Bosch, een schrijver. Hij schreef in het Frans en was toen de beste vriend van Hugo Claus.“

Voor we het over Mallorca gaan hebben, vertelt Agatha Deelder me nog over haar tijd voordat ze in 1967 definitief naar Mallorca kwam. Ze werkte bij de West Belgium Coast Company. Deze busonderneming organiseerde reizen voor Engelse reisbureaus zoals het bekende Lunn&Poly. Ze pikten mensen op in Brugge of Luxemburg en dan volgde de reis naar Joegoslavië of Rusland. A

gatha Deelder: „Het eerste jaar deed je de pendel. Dus dan reed je naar de plaats van bestemming,in mijn geval was dat meestal Joegoslavië, je zette de mensen daar af en nam de mensen vandaar weer meteen mee terug. Dat was wel zwaar. Het tweede jaar bleef je dan bij de mensen. Het waren grappige tijden met smokkelen naar België en zo. In Joegoslavië moest je nog een visa hebben. Er is toen een keer onder onze bus door geschoten. We reden te snel weg en ze hadden nog niet alles gecontroleerd. Dat was de tijd van Tito.“

Agatha Deelder kwam daarna terecht bij Sun Air, dat later zou overgaan in Sun Comfort. In Coll d’en Rabassa werd ze van hostess al snel chefhostess. Het was eind jaren ’60 en Agatha Deelder kreeg te maken met vreselijke overboekingen, zoals ze zelf zegt. „De mensen konden hier niet eens uitstappen. Ze vlogen door naar Ibiza en daar plaatsten we ze in appartementen. In Santa Ponça heb ik de mensen in een school moeten onderbrengen, in bedden naast elkaar. Vreselijk is dat geweest. Normaal kan zoiets niet, want je hebt je planning met capaciteit van de hotels en de capaciteit van de charters. Maar in die tijd mochten ze rustig 12 uur vertraging hebben. Dan deden ze er nog een andere vlucht tussendoor.

En vaak kwamen ze dan met een kleiner toestel en konden een stuk of 20 mensen niet meenemen. Het was vreselijk. De mensen werden kwaad, ze pikten het niet. Ze hadden voor hun vakantie gespaard en er al lang naar uitgekeken.“ Ze heeft het toerisme zien veranderen en de geboorte van het massatoerisme meegemaakt. Zelf vond ze dat niet zo’n prettige geboorte. „Het was heel erg jammer. Ze wilden zo veel mogelijk mensen hebben en dan ging de prijs omlaag. Het eten was dan ook niet goed. Dat kan ook niet, want het moet ergens vandaag komen. Daar heb ik wel voor gevochten. De mensen moeten toch genoeg kunnen eten. Ik heb ook ontzettende narigheid gehad met voedselvergiftiging. Op het buffet werd alles wat over was gewoon bijgevuld. Maar dat kan niet. Salades en zo moeten weggegooid worden. Dan zeiden ze dat het nog goed was en vulden alles bij. Maar vandaag de dag zit er een grote controle op. Ze zijn nu heel streng. Dus de mensen hoeven nu zeker niet bang te zijn dat het eten niet goed is. Ook het water is niet gevaarlijk. In de zomer heeft het een nare smaak, maar het is niet gevaarlijk. Dat zou ook schandalig zijn. De laatste jaren heb ik nog bij de receptie van een hotel gewerkt dus ik weet alles van die controles af. Ze zijn zeer streng en voor de kleinste kleingheid krijg je een boete.“

Tot slot komt het gesprek nog op de achternaam Deelder. Ze heeft thuis een stamboom om te weten wie haar naam op zijn geweten had. De naam Aacht bleek al in 1692 voor te komen. In de stamboom ontbreekt „de nachtburgemeester van Rotterdam“ niet. Zijn eigenlijke naam is Justus Deelder, geboren op 20 november 1944. Ze heeft hem een keer persoonlijk ontmoet op een begrafenis. Ze kent hem niet zo goed. „Zijn humor vind ik niet altijd even leuk, hoor. Hij is bijna niet te verstaan, net als zijn broer. Zo binnensmonds.“ De familie Deelder blijkt volgens Agatha Deelder altijd een zeewaardige familie te zijn geweest, over de hele wereld. „Maar voor de rest een hele gewone familie“, vertelt ze tot slot.

Tekst: Allard van Gent

P.S. Agatha Deelder is helaas in mei 2008 gestorven. Als monument bestaat nog het interview dat ik met haar had over haar bijzondere leven.

Banner

Webcam haven Palma

Banner
Banner

Mallorca Vandaag

Copyright © 2012 mallorcavandaag.com. Alle rechten voorbehouden   Contact
In voorbereiding: www.mallorcaheute.de