vrijdag, mei 18, 2012
   
Text Size

Faja Lobbi - Bloem van vurige liefde (1)

Faja LobbiOp het moment dat ik mijn televisieschotel controleerde dacht ik, wat fijn die televisie vanuit Nederland op Mallorca. Door die T.V. schotel (ook wel parabool genoemd) dacht ik ook aan een speciale microfoon, die ik vroeger als freelance geluidsman had gemaakt, om in Suriname geluid op te nemen voor de film “Foja Lobbi” van Herman van der Horst.

In het begin van “Mallorca Vandaag” heeft de columnist G.P., die in de rubriek “Van de hak op de tak” maandelijks zijn interessante artikels schrijft, mij toen een interview afgenomen. Daarin heb ik als klein onderdeel van mijn vele ervaringen als geluidsman iets over Suriname verteld. Bij het zien van die prachtige bruine vrouwen op mijn T.V., met een lief gul lachend gezicht in grote jurken met prachtige kleuren die me aan de kunstschilder Karel Appel deden denken, hoop ik u iets te mogen vertellen van het Suriname, toen het van de Nederlandse tirannie bevrijd was en koningin Wilhelmina de slavernij afschafte.

Het was op een dinsdagochtend in 1956, toen bij mij thuis de telefoon ging en ik de stem van de cineast Herman van der Horst vanuit Paramaribo hoorde. Of ik zo snel mogelijk in Paramaribo wilde zijn, omdat hij me als geluidsman en voor technische assistentie nodig had.

Bij de Rijksvoorlichtingsdienst in Den Haag kon ik alles regelen, omdat hij in opdracht van de RVD een film over Suriname zou maken. De toenmalige directeur van de RVD, de heer Gijs van der Wiel, zorgde dat ik de nodige injecties, geld en een ticket Amsterdam-New York-Paramaribo, enkele reis, kreeg. Want niemand wist hoe lang ik nodig was. Na 8 uur vliegen landde de KLM op de luchthaven van New York, die toen luchthaven Heathrow heette. Hier moest ik overstappen naar een vliegtuig dat zeven uur later pas naar Paramaribo zou vertrekken. De hele tijd was ik op de luchthaven aangewezen, omdat ik geen visum voor Amerika in mijn paspoort had. Door een vreemd toeval ben ik toch nog in de stad New York terechtgekomen, zonder visum.

Omdat ik Ate de Vries heet, stond ik bij de bagageband met een V, op mijn koffer te wachten, maar geen koffer van mij. In het KLM-kantoortje hoorde ik dat mijn koffer niet op V, maar op D moet aankomen van Devries. De koffer mocht ik in het KLM-kantoortje zetten en via een achteringang kon ik de luchthaven af. Met een sightseeing bus heb ik twee uur lang een bezoek aan New York gebracht. Veel gezien van dingen die in het preutse Nederland nog vreemd waren en door de Power Flower tijd pas bekend werden. Nou, en dat was wat!!

Na een lange reis, met drie tussenstops, kwam ik eindelijk moe op de luchthaven Zanderij in Suriname aan, waar de cineast van der Horst mij ophaalde. Na een week in Paramaribo te hebben geacclimatiseerd, werd goed voorbereid de reis naar het oerwoud ondernomen.

faja lobbieMet een vrij grote motorboot gingen wij (van der Horst, zijn vrouw, ik en de filmapparatuur) over de Suriname rivier, daarna per kleine vrachtwagen naar het grensplaatsje ALBINA waar de rivier MAROWIJNE afkomstig van Brazilië in zee uitkomt.

In dit dorpje Albina werd een tolk aan ons toegevoegd, een halfbloed die goed Nederlands verstond en de jungle kende. Na een nacht in een soort hotelletje te hebben geslapen, gingen we met ons vieren en de vertrouwde filmapparatuur, in 4 korealen.

Een Koreaal is een uitgeholde boomstam van ongeveer 8 meter, met in het midden van takken gemaakt een dakje, zodat je niet de hele dag in de hete tropen zon hoeft te zitten. Achter de koreaal was een buitenboord motor die nog met een koord om het vliegwiel werd aangetrokken. De koreaal was het enige vervoermiddel om de langs de rivier gelegen dorpjes van het nodige te voorzien en de bosnegers en indianen te bereiken die daar woonden en leefden.

Toen we aan boord van onze korealen gingen, die elk 3 negers als vaste bemanning hadden, djoekas geheten, namen we ook voor het begin van de reis 100 liter drinkwater mee, want in de rimboe is geen kraan waar leidingwater uitkomt en waren we voor onze reis dus op het rivierwater aangewezen.

De eerste dag dat ik op de grote rivier in de koreaal zat nam ik, om zo snel mogelijk te wennen, al een slok rivierwater. Herman deed dat niet en toen het drinkwater op was, heeft hij het geweten en is hem dagenlang dun door de broek gelopen. Hij was er ziek van. Gelukkig bood onze meegenomen medicijnkist, die vol zat met medicamenten, ontsmettingsvloeistoffen en pleisters een goede uitkomst. Mijn kennis van eerste hulp kwam goed van pas en redde later een oude bosneger zijn leven. Daar vertel ik straks over, maar eerst de reis vervolgen.

In de rimboe was het erg warm en onze eerste dagen waren rustig, de rivier prachtig en wel 50 meter breed. Langs de oever groeiden miljoenen orchideeën en tegen het einde van de middag kwamen in zwermen de prachtigste ara’s aanvliegen, nestelden zich in de bomen, begonnen druk te praten en hoorden, toen het wat later werd, voor het eerst de brulapen.

Inmiddels was het ongeveer 4 uur in de middag geworden en moesten we aan de kant, zodat we op tijd ons kampement konden maken. In de tropen is het binnen een half uur van licht naar donker en elektriciteit is er niet.

Onze djoekas haalden alle filmapparatuur uit de boten en spanden tussen de bomen onze tropen hangmatten. Met één koreaal gingen 4 djoekas nog even vissen. Staande voor op de punt van de koreaal schoten ze met pijl en boog op de vis die rijkelijk in de rivier zwom: Als de vis met de pijl getroffen was, doken ze er meteen achteraan om de vis en hun pijl te pakken. Pijl en boog waren onmisbaar.

Op het strandje maakten ze de vis schoon en op een aangelegd vuurtje werd de vis gegrild en we aten verse vis. Na het eten en voor het slapen gaan zaten we nog even gezellig bij elkaar en probeerden met onze djoeka’s te praten. Via onze tolk ging dat, maar moeizaam. Onze djoeka’s waren fijne mannen, enorm gespierd en de vrachtvaarders van de rivieren met een groot verantwoordelijkheidsgevoel, maar analfabeten, ze konden hun naam zelfs niet schrijven.

Gedurende de lange reis van twee maanden heb ik ze geleerd om met een stokje in het zand hun naam te schrijven. Mijn bootsman heette Joesoe en de andere twee heetten Thomas en Nathaniël. Thomas was ook een para trooper die ook dikwijls in de jungle rubberbomen aftapte en de latex vervoerde. Een heel zwaar werk waar hij ook op was gebouwd.

faja lobbieDe eerste nachten in de rimboe kon ik niet goed slapen door het geluid van de brulapen en het kwaken van de grote boompadden. Toen ik een keer ’s nachts moest plassen, mijn hangmat open ritste, scheen ik met mijn batterijlamp tegen de boompad die me met grote ogen onderaan een boom aanstaarde. Ik heb maar een andere boom genomen, die waren er toch genoeg.

Als het licht werd gingen we met onze korealen verder stroomopwaarts en kwamen vrij vroeg aan bij Stoelmans eiland. Stoelmans eiland was de meest zuidelijke medische post in de jungle, waar dokter Doornbos een piepklein hospitaaltje had en daar met vrouw en zijn twee kinderen woonde. Hun derde kind was helaas in een stroomversnelling bij Stoelmans eiland verdronken.

We kwamen als geroepen in de woestijn. Bij dokter Doornbos dronken we na weken voor het eerst weer een glaasje koud bier, want de dokter had een koelkast op elektriciteit. Naast het hospitaaltje had hij een grote 1-cylinder Engelse dieselmotor, met een riemoverbrenging aangesloten op een grote dynamo. Zo kon hij zelf elektriciteit opwekken. De stroom was die morgen uitgevallen, de dynamo was kapot, en hij moest noodzakelijk een kleine operatie uitvoeren bij een patiënt.

Als de nood het hoogst is, is de redding nabij, zegt een oud Nederlands spreekwoord en dat was ook zo.
Wij een lekker koud biertje en ik kon die nacht de dynamo voor hem repareren. ’s Morgens om vijf uur deed de koelkast het weer, het licht was weer aan en de dokter kon zijn operatie uitvoeren.  Toch gemakkelijk als je ook wat van dynamo’s afweet en niet alleen van geluid.

We gingen verder zuidwaarts en volgens de kaart kwamen we in de buurt van het dorp ”Drie Tabbetje”, het grootste dorp langs de rivier, waar naar schatting 300 bosnegers woonden onder leiding van een GRANDMAN, die Akoutofolantie heette.

Een Grandman is een soort opperhoofd, een soort koning zei onze tolk, waardoor wij ons bezoek eerst moesten aankondigen door 3x in de lucht te schieten zoals de regels waren. De motoren van de korealen werden stil gezet en als er ten teken van welkom in de lucht werd teruggeschoten mochten we verder. De djoekas hielden met hun peddels de boten tegen de stroom in stil en wij wachtten en luisterden. Ja, toen klonken er drie knallen, dus we waren welkom. Later bleek dat het opperhoofd allang wist dat wij in aantocht waren. Via hun “telefoon”, de trom, waren de berichten door trommelaars overgeseind. Toen we aan land gingen stond het opperhoofd en veel dorpelingen aan het strandje ons te verwelkomen.

Een leuk gezicht. Akontofolentie, uitgedost in een grote pyjama en een grote gouden ring aan zijn vinger. De ring had hij als waardering van de Nederlandse regering gekregen. Na kennismaking en handen schudden ging hij ons voor naar de KROETOE hut, een van boomtakken gemaakte vergaderhut midden in het dorp.

Aan één kant nam het opperhoofd op een bosnegerbankje plaats met de dorpsoudsten ernaast, sergeants genoemd, en wij met ons vieren tegenover hem. De tolk, die Drisi heette, vertelde wie wij waren en dat we faja lobbievoor de Grand Missie (koningin Juliana) een film over Suriname wilden maken. Er werden van hout zelfgemaakte kopjes rond gedeeld en er moest geproost worden. Nou, dat heb ik geweten. Vanuit een houten bak werden de kopjes gevuld. Het opperhoofd stond op van zijn bosnegerstoeltje met zijn gevulde kopje in de hand, draaide het om en de inhoud viel op de grond als een groet aan de goden.

Opnieuw werd zijn kopje gevuld en we moesten drinken. Ik nam een klein slokje en het was net of ik een hand met scheermesjes inslikte, zo sterk was dit drankje dat TAFFIA heette. De rest van het drankje heb ik op een moment in plaats van in mijn mond, onder mijn kin in mijn hemd gegoten, terwijl ik een Nederlandse borrel enorm waardeer en gewend ben. De Taffia maakten de bosnegers zelf door knitwortels uit te pruimen en het sap in een bak spuwen en gisten laten.

Die nacht sliep ik voor het eerst in mijn hangmat, opgehangen in een bosnegerhut en dat gaf wel een rustig gevoel. Buiten tussen twee bomen hangend, moest je niet je tenen tegen het gaas van je klamboe hangmat houden, want dan had je kans dat kleine vampiervleermuizen in je tenen beten. Die waren ’s nachts altijd erg actief in het oerwoud. Maar nu was er weer iets anders. Waar hutten en mensen zijn, zijn ook ratten, kleine ratten die ook op Mallorca zijn.

Door het geluid hoorde ik dat er een rat over het dakje van mijn hangmat liep en ik zag met het licht van mijn lamp boven me de indruk van zijn pootjes. Ik gaf plotseling een klap en floep, de rat was weg.

Ate

Vervolg


N.B. De film "Faja Lobbi" is vandaag de dag verkrijgbaar bij de Volkskrant webwinkel, als onderdeel van de 3DVD "Suriname".

Banner

Webcam haven Palma

Banner
Banner

Mallorca Vandaag

Copyright © 2012 mallorcavandaag.com. Alle rechten voorbehouden   Contact
In voorbereiding: www.mallorcaheute.de